Vrienden van het Stadsarchief, Amsterdam
Tweede vervolgaanvraag voor het project ‘Amsterdam voor sjiek en sjofel: De compacte stad van Michael van der Vlis 1970-1990’ (voorheen: ‘Amsterdam compacte stad 1974-2020: De erfenis van Michael van der Vlis’).
Nog geen halve eeuw geleden bevonden Nederlandse steden zich op het hoogtepunt van een levensbedreigende crisis. Ook Amsterdam werd bijzonder hard geraakt: in de jaren zeventig verlieten jaarlijks meer dan tienduizend inwoners de hoofdstad. Cityvorming en suburbanisatie bedreigden de stedelijke woonfunctie en de levensvatbaarheid van centrum- en buurtvoorzieningen.
Een jonge generatie stadsbewoners gaf al langer tegengas aan deze ontwikkelingen, maar kon vanaf midden jaren zeventig op steeds meer steun rekenen van kritische raadsleden, honkvaste buurtbewoners en ontwerpers met andere ideeën over de toekomst van de stad. Samen wisten zij de politieke en stedenbouwkundige koers van de stad te keren. In plaats van grootschalige sloop van oude volksbuurten stelden zij een behoedzame stadsvernieuwing voor. Amsterdam werd getransformeerd tot een fiets- en voetgangersvriendelijke plek om in te wonen, te werken en te recreëren. Vooral ook voor mensen met een kleine beurs, waaronder een groeiend aantal studenten, overzeese migranten en alleenstaande ouderen.
In de geschiedschrijving is Michael van der Vlis in de schaduw komen te staan van Jan Schaefer, wiens optredens en verbaal talent hem bekender maakten bij het grote publiek. Van der Vlis was tijdens zijn raadsperiode (1974-1978) en wethouderschap (1978-1990) echter een gezaghebbend en activistisch politicus. Gegrepen door het ideaal van de compacte stad initieerde hij beleidsuitgangspunten die vandaag nog steeds de ruimtelijke ordening van Amsterdam bepalen: terugdringing van het autoverkeer ten gunste van openbaar vervoer en fiets en verdichting binnen de stadsgrenzen met oog voor bestaande fysieke en sociale structuren.